Afgelopen zomer stond een collega van me voor de groep op ons kantoor in Pristina. De titel van zijn training: “How to work with Dutch”. Ik zat achterin met een kop koffie en dacht: leuk, even kijken hoe ze ons zien. Een halfuur later zat ik aantekeningen te maken. Over mezelf.
Ik ben Rens, ondernemer uit Nederland. Ik kom sinds 2022 in Kosovo, eerst voor een Nederlands betaalbedrijf en sinds vorig jaar voor mijn eigen bedrijf. Dit jaar hebben we een eigen kantoor geopend in Pristina, waar ontwikkelaars werken voor Nederlandse teams. En zoals dat gaat, ben ik daar naar binnen gelopen met een rugzak vol Nederlandse gewoontes waarvan ik dacht dat het gewoon normale gewoontes waren.
‘Wij zijn niet bot, wij zijn duidelijk‘
Dat zeggen we graag. Je zegt wat je ervan vindt, iedereen weet waar hij aan toe is, en daarna gaan we door. Lekker efficiënt. In Nederland werkt dat ook prima, want daar doet iedereen mee aan hetzelfde spel. Ik heb weleens een overleg meegemaakt waarin drie mensen elkaars werk volledig afkraakten en daarna gezellig samen gingen lunchen. Wij noemen dat een goed gesprek.
Zet diezelfde zin nu eens in een kantoor in Pristina. Wat er dan gebeurt is niet dat mensen je niet begrijpen. Ze begrijpen je juist heel goed. Alleen: wat jij bedoelt als een opmerking over het werk, kan aankomen als een opmerking over de persoon. Ik heb het vaker zien gebeuren dan me lief is. Nederlandse opdrachtgever in een videogesprek: “Nee, dit is niet wat ik bedoelde.” Hij bedoelt: dit stuk moet anders. Aan de andere kant van het scherm hoort iemand iets dat dichter bij “ik heb je teleurgesteld” ligt.
Er valt even een stilte. Iedereen gaat door met de agenda. En drie maanden later merk je dat er iets veranderd is in hoe iemand zich opstelt, zonder dat je precies weet waarom. Niemand heeft iets fout gedaan. Er is alleen nooit uitgesproken hoe het bedoeld was.
Het zit hem niet in de woorden
Wat ik geleerd heb: het gaat zelden om wát je zegt. Het gaat om wat eromheen hoort. Een Nederlands overleg begint met twee minuten koetjes en kalfjes en dan meteen het punt. Lekker snel. Ook een beetje kaal. In Kosovo begint een gesprek vaker bij de mens en pas daarna bij het onderwerp. Hoe is het thuis, heb je al gegeten. Ik ben hier in vier jaar trouwens nog nooit een kantoor uitgelopen zonder dat iemand me eten heeft aangeboden. Dat is geen tijdverspilling. Dat is het fundament waar de rest op rust.
Sla je dat fundament over en begin je meteen met kritiek, dan is er nog niets om die kritiek op te laten leunen. En dan is een opmerking over een stuk werk gewoon een opmerking over jou.
En andersom ging het net zo goed mis
Want denk vooral niet dat ik hier het slachtoffer ben. Ik heb collega’s horen zeggen dat iets “misschien wat lastig wordt”. Ik, Nederlander, hoor daar een inschatting in. Vijftig procent kans ongeveer. Optimistisch als ik ben plan ik gewoon door. Wat er stond was: dit gaat niet lukken, en ik vertel het je zo netjes mogelijk. Dat heeft me een keer bijna een deadline gekost. En dat was volledig mijn fout, want de informatie was er wel. Ik luisterde alleen met Nederlandse oren.
Waar die training echt over ging
Het beste deel ging over het verschil tussen privé en zakelijk. Bij ons ligt die grens vrij scherp. Op je werk ben je collega, daarbuiten ben je mens, en het is heel normaal om die twee uit elkaar te houden. Kritiek op je werk raakt je werk. Klaar. Die grens ligt niet overal even scherp. En als jij van de ene kant komt en de ander van de andere, dan praat je maandenlang heel beleefd langs elkaar heen zonder dat iemand het doorheeft.
De vragen na afloop waren trouwens scherper dan de vragen die ik van Nederlandse opdrachtgevers krijg. Waarom zeggen Nederlanders “prima” als ze eigenlijk blij zijn? Waarom sturen ze een appje om zeven uur ’s avonds en verwachten ze geen antwoord? En waarom vraagt iemand naar je mening en doet hij er vervolgens niets mee? Op die laatste had ik geen goed antwoord.
Drie dingen die ik nu anders doe
Ze kosten alle drie niets. Ik zeg erbij hoe iets bedoeld is. Eén zin: “dit gaat over de code, niet over jou”. Voelt in het begin een beetje overdreven. Scheelt maanden. Ik begin langzamer. Eerst even vragen hoe het gaat en dan pas het punt. Ik dacht altijd dat dat plichtplegingen waren. Het blijkt het hele gesprek erna te veranderen.
Ik vraag door bij een “misschien”. Nog één keer vragen of het echt haalbaar is, en er duidelijk bij zeggen dat nee ook een prima antwoord is. Dat laatste stukje is het belangrijkst, want laat je dat weg dan vraag je eigenlijk nog steeds om een ja.
Wat me het meest is bijgebleven van die middag: die training ging niet over aanpassen. Er stond nergens dat mensen Nederlandser moesten worden. Het ging erover hoe de ander in elkaar zit, zodat je een opmerking kunt plaatsen in plaats van hem persoonlijk te maken. Precies wat ik zelf ook heb moeten doen, alleen dan de andere kant op. Eerlijk gezegd had ik die training vier jaar geleden zelf goed kunnen gebruiken.
Dus werk je vanuit Nederland met mensen in Kosovo, of denk je erover na? De taal is het probleem niet, want het Engels is hier uitstekend. De cultuur is ook het probleem niet, want die is een stuk warmer dan de onze. Het probleem is dat jullie allebei denken dat je duidelijk bent geweest. Gelukkig is dat op te lossen. Je moet het alleen één keer hardop zeggen.
Rens Gerritsen is oprichter van tre plus, dat vanuit een eigen kantoor in Pristina ontwikkelaars verbindt aan Nederlandse productteams. Hij komt sinds 2022 in Kosovo. Over samenwerken over landsgrenzen heen schreef hij eerder dit stuk op treplus.dev.
